• Home
  • Informatie
  • Activiteiten
  • Foto's
  • Nuttige Links
  • Video
  • Contact

Algemene informatie

Het bespreekbaar maken van homoseksualiteit in etnische kringen

Een project van het Inspraakorgaan Chinezen en COC Nederland met financiële steun van het Ministerie van VROM en het Ministerie van OCW.
Meer acceptatie
Uit de nota Gewoon homo zijn (2007) van het ministerie van OCW kan worden opgemaakt, dat de houding van de Nederlandse samenleving tegenover homoseksualiteit in de loop der jaren positiever is geworden.
Ook ten aanzien van de gelijkberechtiging van homoseksuelen is het beeld in de loop der jaren positiever geworden. Zo is de houding van de bevolking ten opzichte van het open stellen van het burgerlijk huwelijk in positieve zin veranderd. In 1988 was nog 43% van de bevolking daarop tegen, terwijl dat percentage in 2002 was gedaald tot 11%.

Over het geheel genomen kunnen we vaststellen, dat hoe langer hoe minder burgers negatief staan tegenover homoseksualiteit. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit, dat steeds meer mensen hoger zijn opgeleid en dat het aantal religieuzen onder autochtone Nederlanders sterk is gedaald.

Daartegenover staat echter een ontwikkeling die de houding ten opzichte van homoseksualiteit negatief beïnvloedt. We doelen daarmee op de toename van het aantal migranten in Nederland. Binnen dat deel van de populatie bevinden zich naar verhouding meer personen die negatief staan tegenover homoseksualiteit.

Onveilig gevoel
Op het terrein van juridische gelijkstelling en sociale acceptatie is in de afgelopen decennia veel ten goede veranderd. Niettemin blijk uit onderzoek van het SCP (2007), dat er vooral onder jongeren nog steeds een sterk negatieve houding bestaat tegenover homoseksuelen. Het gebruik van het woord homo als scheldwoord – op school, op straat of in het voetbalstadion – is veelvuldig. Hoe komt dat toch? Het blijkt, dat jongeren zich vaker vijandig opstellen tegenover homo’s. Dat geldt overigens ook voor bepaalde groepen ouderen en bepaalde orthodoxe geloofsgemeenschappen.

Met enige regelmaat bereiken ons berichten over intimidatie en discriminatie van homoseksuelen. En wie zich de moeite getroost om eens op het Internet te kijken, kan waarnemen hoe het gesteld is met homohaat in Nederland.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bijna één miljoen HLBT’ers (homoseksueel, lesbisch, biseksueel en transgender) zich in de afgelopen jaren steeds onveiliger zijn gaan voelen. Dat is een probleem, omdat mensen zich pas persoonlijk kunnen emanciperen als ze sociaal geaccepteerd zijn en zich veilig voelen. Voorlopig is er op dat terrein echter nog veel werk te verzetten.

Het blijkt, dat ruim 65% van de scholieren de stelling onderschrijft, dat het “vreemd is wanneer iemand homoseksueel of lesbisch is”. Wat zijn de effecten daarvan voor homoseksuele jongeren? Homoseksuele tieners voelen zich twee tot zes keer zo onveilig op school als de gemiddelde scholier.

Op het pad van sociale acceptatie van homoseksualiteit zijn er dus nog de nodige barricades te slechten.

Homo-emancipatiebeleid

De overheid spant zich in om actief stelling te nemen tegen geweld, intimidatie en discriminatie van homoseksuelen. Het beleid van de overheid is erop gericht om sociale samenhang en veiligheid tot stand te brengen. Zij wil zich dienstbaar opstellen en in internationaal opzicht een actieve rol spelen.

Hoe stelt de overheid zich voor dat te bereiken? Concreet betekent dit dat de overheid zich vijf doelen heeft gesteld om het homo-emancipatiebeleid te bevorderen.
1. In de eerste plaats wil zij het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar maken. Dat wil de overheid bereiken door middel van dialoog en het publieke debat. Daarvoor zijn in de praktijk initiatieven van maatschappelijke organisaties, burgers en zelforganisaties noodzakelijk. Ook het bespreekbaar maken van het onderwerp op scholen is van belang. De ouders van de leerlingen vervullen daarbij een essentiële functie. Alleen op die manier kan de dialoog effectief worden.
2. Een tweede doelstelling betreft het bevorderen van veiligheid en de aanpak van geweld en discriminatie. De opsporing op dit terrein zal worden aangescherpt. Geweldsdelicten tegen homoseksuelen zullen bijvoorbeeld worden geregistreerd. Op scholen moeten homoseksuelen zich voldoende veilig kunnen voelen. Nog steeds blijken homoseksuele leerlingen en leraren zich echter onveilig te voelen. Vaak is er op scholen geen of onvoldoende ruimte om over dit onderwerp het debat aan te gaan. Het zou onacceptabel zijn als homoseksuele leerlingen en leraren als gevolg van een onveilig schoolklimaat worden teruggeduwd in de kast. De overheid biedt scholen dan ook faciliteiten om de acceptatie in diversiteit te bevorderen. Scholen worden in dat kader aangemoedigd om de veiligheid van homoseksuele leerlingen en leraren te bevorderen.
3. Het stimuleren van maatschappelijke allianties ziet de overheid als haar derde doelstelling op dit terrein. Het gaat er daarbij om, dat gemeenten met locale (belangen)organisaties samenwerken, bijvoorbeeld om gerichte voorlichting te geven, in te spelen op specifieke hulpvragen, de deskundigheid van professionele functionarissen in de welzijnssector te bevorderen of homoseksuelen die zich in een crisissituatie bevinden, op te vangen.
4. In de vierde plaats wil de overheid een bijdrage leveren aan een homovriendelijke omgeving op het werk en in de sport. Emancipatie is slechts mogelijk als je in het openbaar jezelf kan zijn. Door als homoseksueel zichtbaar te zijn in het publieke domein kan een bijdrage worden geleverd aan maatschappelijke acceptatie en tolerantie. En dat moet ook kunnen in de sport, bij de hobbyclub of op het werk.
5. In de vijfde plaats wil de overheid ook internationaal een voortrekkersrol vervullen. In Europa is Nederland koploper als het gaat om de algemene acceptatie van homoseksualiteit. Bijna 90% van de Nederlandse bevolking vindt bijvoorbeeld, dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen vrij moeten zijn om hun leven in te richten zoals zij dat willen. In landen als de Oekraïne, Polen of Estland geldt dat vooralsnog voor ‘slechts’ 40% van de bevolking. In ruim 80 landen is seks tussen personen van hetzelfde geslacht nog steeds strafbaar. De Nederlandse overheid zet zich in om die straffen af te schaffen. Homoseksuelen moeten aanspraak kunnen maken op de mensenrechten en fundamentele vrijheden in relatie tot seksuele geaardheid. Het COC speelt daarbij een belangrijke rol.

Het COC De afkorting COC staat voor Cultuur en Ontspannings Centrum. Eigenlijk is COC een schuilnaam, omdat het ten tijde van de oprichting in 1946 nog een taboe was om het woord homoseksualiteit te gebruiken voor de naam van een organisatie. Pas later, toen de seksuele revolutie reeds in volle gang was, werd de afkorting NVIH vóór COC geplaatst. NVIH staat voor Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit. De afkorting COC was echter al zo gemeengoed geworden, dat besloten werd om COC als roepnaam van de organisatie te blijven gebruiken.
De afgelopen jaren is de discriminatie ten aanzien van homo’s toegenomen. Waarin uit zich dat? Veel jongeren zijn bang om voor hun homoseksuele geaardheid uit te komen. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren die behoren tot een minderheidsgroep. In de komende jaren is er mede op dat terrein dan ook nog het nodige werk te verrichten voor het COC, de overheid en migrantenorganisaties.
Homoseksualiteit en migranten
Hoe wordt binnen etnische kringen gedacht over homoseksualiteit? Onder veel migrantengroeperingen blijkt homoseksualiteit nog steeds als een taboe te worden beschouwd. Er is ook nauwelijks wat bekend over het feit, dat HLBT’ers worden buitengesloten. Hoe wordt hierover gedacht binnen de Chinese gemeenschap in Nederland? Wordt er over gesproken tussen ouders en kinderen? Wordt het onderwerp als ongepast beschouwd?

In onze multiculturele samenleving kent de problematiek rond homoseksualiteit verschillende aspecten. Eén daarvan betreft de eerder genoemde onbespreekbaarheid van het onderwerp in sommige gemeenschappen.
In de tweede plaats is er binnen sommige groeperingen sprake van onvoldoende tolerantie tegenover homoseksualiteit.
Ten slotte worden jongeren met een andere seksuele geaardheid vaak geconfronteerd met spanningen.
In welke zin? De ontdekking ervan wekt bijvoorbeeld verwarring. Wat betekent dit voor mijn identiteit? Wat heeft dit voor gevolgen voor mijn leven? Bovendien zijn etnische groeperingen vaak groepsgericht en kunnen jongeren met hun gevoelens dan geen kant op.
Bespreekbaar maken
Op welke wijze zou er meer aandacht kunnen komen voor dit onderwerp? Om het gevoelige onderwerp homoseksualiteit bespreek te maken zal het Inspraakorgaan Chinezen investeren in structuuropbouw in de eigen etnische kring. Hoewel het taboe op homoseksualiteit veelal gelegen is in de culturele opvattingen, zullen deze niet direct onderwerp zijn in het bespreekbaar maken van homoseksualiteit. Onder de noemer van zelfbeschikkingsrecht en mensenrechten wil het Inspraakorgaan Chinezen het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar maken.

Het Inspraakorgaan Chinezen en het COC staan een aanpak voor die gericht is op bewustwording en betrokkenheid om het taboe op homoseksualiteit te doorbreken. Rolmodellen en pioniers (heteroseksueel) die in in eigen kring homoseksualiteit bespreekbaar maken, zijn daarin onmisbaar. Dat geldt ook voor allochtone homoseksuele mannen en vrouwen die hun nek uitsteken. Beide rolmodellen zullen zichtbaar op de voorgrond worden geplaatst en bij activiteiten organisatorisch en financieel worden ondersteund.

Ook als het gaat om emancipatie van Chinese HLBT’ers (homoseksueel, lesbisch, biseksueel en transgender) delen het IOC en het COC de visie, dat emancipatie van “binnen-uit” moet komen. Homoseksuele jongens en meiden zullen het proces van empowerment en communitybuilding zelf moeten dragen.

Een belangrijke taak ligt in het vergroten van de veiligheid:
• Actief informeren over mogelijkheden, rechten, plichten en regelgeving
• Inzichtelijk maken van een sociale kaart en deze gebruiken voor doorverwijzing
• Helpdeskfunctie en
• Signaleren van problemen bij de achterban en het overheidsbeleid